Hoe bepaal je de waarde van een patrimoniumvennootschap? Ontdek hoe je vastgoed, fiscale latentie, schulden en cash correct verwerkt in de prijs.
In België is het niet ongebruikelijk om de aandelen van een patrimoniumvennootschap te verkopen in plaats van het vastgoed zelf notarieel over te dragen. Een aandelenoverdracht biedt zowel voor de verkoper als voor de koper een aantal belangrijke voordelen. Zo kan de eigendomsoverdracht onmiddellijk plaatsvinden zodra de koopprijs is betaald en de aandelen zijn overgedragen. Bij een klassieke verkoop van vastgoed moet daarentegen meestal drie tot vier maanden worden gewacht tussen de ondertekening van de verkoopovereenkomst en de notariële akte.
Doordat niet het vastgoed maar de aandelen worden verkocht, wordt de meerwaarde op het vastgoed niet gerealiseerd binnen de vennootschap. De verkoper ontvangt de verkoopprijs van zijn aandelen rechtstreeks. Sinds de invoering van de nieuwe meerwaardebelasting op aandelen verdient de fiscale planning echter extra aandacht: afhankelijk van de waarde kan het interessant zijn om uiterlijk op 31 december 2026 een waardebepaling te laten uitvoeren die de waarde van de aandelen op 31 december 2025 vastlegt. Die waarde kan immers een belangrijk uitgangspunt vormen voor de toekomstige berekening van de meerwaardebelasting.
Uiteraard zal een koper steeds een grondige due diligence uitvoeren, zowel op het vastgoed als op de vennootschap zelf. Hij wil immers zekerheid over de juridische, fiscale en technische toestand van het vastgoed, maar ook over eventuele verborgen schulden, fiscale risico's of lopende verplichtingen binnen de vennootschap. Uiteindelijk blijft echter steeds dezelfde vraag centraal staan: hoeveel zijn de aandelen van de patrimoniumvennootschap werkelijk waard?
De waardering vertrekt bijna altijd vanuit de actuele marktwaarde van het vastgoed. Die marktwaarde wordt bepaald aan de hand van een professionele schatting of op basis van de verkoopprijs waarover koper en verkoper overeenstemming bereiken.
Vervolgens moet rekening worden gehouden met de zogenaamde fiscale latentie. Wanneer de koper het vastgoed later ooit uit de vennootschap zou verkopen, zal de vennootschap vennootschapsbelasting verschuldigd zijn op de gerealiseerde meerwaarde. Indien de opbrengst daarna aan de aandeelhouder wordt uitgekeerd, is bovendien meestal nog roerende voorheffing verschuldigd. Daarom zal een koper doorgaans niet bereid zijn om de volledige marktwaarde van het vastgoed te betalen.
In de praktijk wordt de fiscale latentie vaak benaderd als ongeveer 36% van het verschil tussen de actuele marktwaarde en de boekwaarde van het vastgoed. Die benadering bestaat uit ongeveer 25% vennootschapsbelasting op de toekomstige meerwaarde, aangevuld met de belasting die verschuldigd is wanneer de winst uiteindelijk naar privé wordt uitgekeerd. Bij een uitkering via een liquidatiereserve bedraagt deze bijkomende belasting vandaag ongeveer 14,5%. De exacte fiscale latentie kan uiteraard verschillen naargelang de concrete fiscale situatie van de vennootschap.
Daartegenover staat dat ook de koper een belangrijk fiscaal voordeel geniet. Bij een rechtstreekse aankoop van vastgoed betaalt hij immers 12% registratierechten in Vlaanderen en 12,5% in Brussel en Wallonië. Bij een aandelenoverdracht zijn deze registratierechten niet verschuldigd. Dit voordeel wordt in de praktijk meestal in mindering gebracht van de fiscale latentie. De uiteindelijke waardecorrectie bestaat dus uit de fiscale latentie verminderd met de uitgespaarde registratierechten. Daardoor valt de prijsvermindering vaak aanzienlijk lager uit dan de volledige fiscale latentie.
Na deze correcties moeten uiteraard ook de financiële schulden van de vennootschap in rekening worden gebracht. Hypothecaire kredieten, investeringsleningen en andere externe schulden verminderen immers rechtstreeks de waarde van de aandelen.
Tot slot moet ook worden gekeken naar de liquide middelen die zich eventueel in de vennootschap bevinden. Veel patrimoniumvennootschappen beschikken over aanzienlijke cashreserves die afkomstig zijn uit winsten waarop reeds vennootschapsbelasting werd betaald, maar die nog niet aan de aandeelhouder werden uitgekeerd. Deze cash wordt in de praktijk zelden één op één gewaardeerd, aangezien op een toekomstige uitkering meestal nog roerende voorheffing verschuldigd is. Afhankelijk van de situatie bedraagt deze belasting tussen 5% en 30%. Daarom vragen veel kopers dat overtollige liquide middelen vóór de verkoop uit de vennootschap worden gehaald, bijvoorbeeld via een dividend, een liquidatieresserve of – indien mogelijk – een kapitaalvermindering.
De waarde van een patrimoniumvennootschap is dus veel meer dan de boekwaarde van het vastgoed op de balans. Een correcte waardering houdt rekening met de actuele marktwaarde van het vastgoed, de fiscale latentie, de uitgespaarde registratierechten, de aanwezige schulden en de fiscale behandeling van eventuele liquide middelen. Door al deze elementen correct te verwerken, komen koper en verkoper doorgaans tot een realistische en fiscaal onderbouwde verkoopprijs.
