De stad Leuven bereikt haar financieringslimiet en verhoogt de opcentiemen op de onroerende voorheffing van bedrijfsvastgoed met een whopping 17% !
We hebben nog maar net een artikel geschreven over de oppervlakte belasting op bedrijfsvastgoed in de Stad Tienen en ook Leuven verhoogt haar belastingen op bedrijven.
De stad Leuven heeft haar meerjarenplan 2026–2031 voorgesteld, met ambitieuze investeringen ter waarde van €426 miljoen. Wat hierbij vooral in het oog springt, is dat het stadsbestuur nauwelijks nog nieuwe financieringsruimte ziet en daarom kiest voor een stevige belastingverhoging op bedrijfsvastgoed: de opcentiemen op de reeds stevige onroerende voorheffing in Leuven stijgen van 975 naar 1.170. Een toename van niet minder dan 17%!
Concreet betekent dit dat op de gewestelijke basisheffing per €100, de gemeentelijke toeslag van €9,75 aanzienlijk wordt verhoogd voor bedrijfspercelen. Waar het tarief voor de meeste eigendommen lange tijd gelijk bleef, introduceert Leuven nu een duidelijke differentiatie: voor bedrijfsgebouwen en bedrijfspercelen stijgt de onroerende voorheffing naar 1.170 opcentiemen. Daarnaast worden ook de belastingen op leegstaande panden, onbebouwde percelen en tweede verblijven verhoogd.
De afzonderlijke ondernemingsbelasting die volgens de Stad Leuven uiteindelijk niet zal worden ingevoerd, komt in feite neer op een rechtstreekse belastingverhoging die zal worden doorgerekend aan alle bedrijven in Leuven. Omdat de onroerende voorheffing op commercieel vastgoed doorgaans wordt doorgerekend aan huurders, treft de maatregel niet alleen vastgoedeigenaars. Veel bedrijven die ruimte huren in Leuven zullen eveneens met hogere kosten worden geconfronteerd — een belangrijke bezorgdheid in een reeds uitdagende economische context. Daardoor zullen heel wat bedrijven die in Leuven actief zijn — ook wanneer zij niet de eigenaars van hun bedrijfsruimte zijn — de verhoogde belastingdruk dragen. Voor veel ondernemingen betekent deze beslissing dan ook een bijkomende kostenstijging in een al moeilijk economisch klimaat.
Stadsbestuurders kaderen dit als een “eerlijke bijdrage van bedrijven”, bedoeld om geplande investeringen te ondersteunen. De meeste van deze investeringen richten zich echter op brede publieke voorzieningen — infrastructuurvernieuwing, sociale huisvesting, fietsenstallingen, ouderenzorg, ondersteuning van onderwijs, erfgoedrestauratie en sportinfrastructuur — ontwikkelingen die bedrijven doorgaans geen directe voordelen bieden. Of je dit wel “investeringen” kunt noemen, is bovendien de vraag. Ze lijken eerder op basisdiensten die eender welke stad hoort te voorzien.
De echte vraag is dus waarom een stad als Leuven blijkbaar niet langer in staat is om de bovenstaande basisdiensten te leveren zonder de belastingen aanzienlijk te verhogen. Wat is er veranderd?
Bronnen:
Verhoogde belasting voor Leuvense bedrijven "valt bijzonder zwaaar"
Werkgeversorganisatie
VOKA niet te spreken over belastingverhoging: "Leuvense bedrijven
zullen samen 20 miljoen euro meer moeten betalen"
