Verplichte renovatie bij verkoop van kantoorgebouwen en handelspanden

Verplichte renovatie bij verkoop van kantoorgebouwen en handelspanden

Renovatie is verplicht bij de verkoop van niet-residentiëel vastgoed zoals bedrijfsgebouwen, kantoren, winkels en horecapanden in Vlaanderen.

Op 7 mei 2021 besliste de Vlaamse overheid dat vanaf 2022 bij verkoop van een "niet-residentiëel gebouw", de nieuwe eigenaar, opstalhouder of erfpachter het gebouw binnen de vijf jaar zal moeten renoveren.

Het Energiebesluit bepaalt dat alle gebouwen niet-residentiële gebouwen zijn, met uitzondering van:

  • Residentiële gebouwen;
  • Industriële gebouwen voor productie of opslag;
  • Niet-industriele opslag;
  • Werkplaatsen;
  • Landbouwloodsen;
  • Gebouwen voor religieuze activiteiten;
  • Tijdelijke gebouwen;
  • Alleenstaande niet-residentiële gebouwen kleiner dan 50m2;

Hieronder vallen dus hoofdzakelijk alle kantoorgebouwen, winkelpanden en horecazaken.

De verplichtinge renovatie betreft de plaatsing van dakisolatie (R-waarde: 0,75 m² K/W), hoogrendementsbeglazing (U-waarde 1 W/m² K) en vervanging van verwarming ouder is dan vijftien jaar en niet voldoet aan de minimale installatie-eisen voor renovatie. Als er een gasleiding in de straat is, mogen ze geen nieuwe stookolieketel plaatsen. Vervanging van de koelinstallaties ouder dan vijftien jaar en koelmiddelen gebruiken zonder ozonlaagafbrekende stoffen of andere schadelijke koelmiddelen (GWP-waarde minstens 2.500).

Een nieuwe eigenaar van een klein residentieel gebouw, kleiner dan 500 vierkante meter, zal vanaf 2022 binnen de vijf jaar na de overdracht, aanvullend op het minimaal maatregelenpakket, een energielabel C of beter moeten behalen.

Grote niet-residentiële gebouwen moeten vanaf 2023 nog een stap verder gaan. Binnen de vijf jaar na de overdracht moeten zij ook nog over een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 5 procent beschikken.

Daarbovenop moeten kleine niet-residentiële eenheden die op het moment van de aankoop een energieprestatiecertificaat met label D, E of F hebben en die samen een niet-residentieel gebouw vormen en in totaliteit worden overgedragen, vanaf 2022 minstens een energieprestatielabel C behalen.

Vanaf 2023 dienen grote niet-residentiële gebouwen, binnen de 5 jaar na de aankoop, niet alleen aan de vier bovenvermelde minimumeisen moeten voldoen, maar ook over een minimaal aandeel hernieuwbare energie van 5% moeten beschikken. Vanaf dan zal bovendien - net zoals bij kleine niet - residentiële gebouwen en residentiële gebouwen het geval is - een EPC grote niet-residentiële gebouwen worden ingevoerd, dat bij verkoop en verhuur verplicht aanwezig moet zijn. Vanaf 2025 moet elk groot niet-residentieel gebouw verplicht over dergelijk EPC beschikken, zelfs als wordt dit gebouw niet verkocht of verhuurd

Bij mede-eigendommen die bestaan uit zowel residentiële en niet-residentiële entiteiten worden de werken beperkt worden tot het niveau van de desbetreffende niet-residentiële eenheid.

Naast de renovatieverplichting kunnen niet-residentiële gebouwen ook financiële steun krijgen.

Volgende uitzonderingen gelden:

  • Niet-residentiële gebouwen die beschermd zijn of voorkomen op de inventaris van bouwkundig erfgoed kunnen van een gedeeltelijke vrijstelling inzake deze renovatieverplichtingen genieten.
  • Volledig vrijstelling voor niet-residentieel gebouwen die binnen de vijf jaar na aankoop of het vestigen van het opstal- of erfpachtrecht worden gesloopt.
  • De nieuwe regels zullen ook niet spelen in het geval van een fusie of opslorping van een rechtspersoon.

Er kan er een omvangrijke administratieve geldboete worden opgelegd aan de nieuwe eigenaars die niet binnen de vijf jaar voldoen.